2026 - Dialoog open samenleven in Hilversum

‘Tussen hoofd en onderbuik zit je hart’

Terugblik op de eerste regionale dialoog in Hilversum

“Dit zou niet zo bijzonder moeten zijn”, zegt een deelnemer aan de eerste regionale dialoog op 14 juni in Hilversum. “We zouden altijd zo in gesprek moeten zijn.” Een ander neemt zich voor om na vandaag meer maatschappelijk vrijwilligerswerk te gaan doen en weer een ander wil proberen iets minder boos te worden als hij luistert naar politici.

De dialoog is de eerste van vier dialogen die Dialoog in Actie in opdracht van de Expertise-unit Sociale Stabiliteit van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op verschillende plekken in Nederland organiseert. Op deze zondagmiddag kwamen 28 mensen uit de regio Hilversum samen. Hilversummers die deze week nog tegen de komst van een noodopvang hebben gedemonstreerd, Hilversummers die daar weer tegen demonstreerden. Maar vooral Hilversummers die actief zijn in buurthuizen, in het jongerenwerk, in de kerk, bij milieuclubs en bij andere maatschappelijke organisaties. Mensen die allemaal andere meningen hebben, maar die ervoor kiezen om in plaats van tegen elkaar te schreeuwen, naar elkaar te luisteren en met elkaar in gesprek te gaan. Ze hebben het over hun angsten, hoe je naar elkaar luistert en wat voor rol de overheid daarin kan hebben. De belangrijkste conclusie is: beslissingen kan je het best maken met wat er tussen je hoofd en onderbuik zit, namelijk met je hart.

In dialoog over noodopvang, samenleven en verschillen

De uitspraak komt van de dagvoorzitter Karim Amghar die bij Beeld & Geluid in het Media Park de zondagmiddag, waar serieuze dingen worden besproken, op een gepaste manier vrolijk aan elkaar praat. Terwijl de deelnemers nog nagenieten van de koffie begint hij met een rondje, waar iedereen enthousiast aan meedoet. Hij stelt vragen als ‘ben je in Nederland geboren’, ‘hoe pak je het aan als je een keuze moet maken’, ‘wat kan jij beter dan je ouders’ en ‘ben je goed in ruziemaken’. Spelenderwijs verleidt hij iedereen tot zelfreflectie leren de deelnemers tegelijkertijd hem en elkaar kennen.

Na de introductie verdelen de aanwezigen zich over vijf dialoogtafels. Aan elke tafel zitten vijf tot zeven deelnemers en een gespreksleider. Twee tafels bespreken het onderwerp ‘Samenleven en verbinden’, twee het onderwerp ‘Noodopvang asielzoekers’ en één het onderwerp ‘Verschillen verwelkomen’.

Samenkomen doe je door eerst verschillen te erkennen

Hoewel elke groep het over andere onderwerpen heeft, komen de belangrijkste conclusies aardig overeen. De overheid moet haar best doen om nepnieuws tegen te gaan. De overheid moet luisteren naar gemeenten, gemeenten moeten luisteren naar bewoners. Iemand die veel met depressieve jongeren werkt merkt op dat overheid op papier veel hoop en intenties voor beter beleid heeft, maar dat er te veel in procedures blijft hangen en weinig daadwerkelijk tot stand komt.

Ook komt naar voren dat in gesprekken met anderen het belangrijk is om verschillen te erkennen en tegelijkertijd te zoeken naar wat je met elkaar gemeen hebt. Iemand vraagt zich af waar Nederlanders tegenwoordig leren samenleven. Ook wordt er gezegd dat mensen bij zichzelf, bij hun gezin en bij hun buren moeten beginnen. Tenslotte merkt een deelnemer op dat iedereen die aanwezig is in staat is om in dialoog te gaan; maar dat het niet voor iedereen makkelijk is om ruimte te hebben voor nuance. Wanneer je bijvoorbeeld constant aan het werk bent om de huur en de boodschappen te kunnen betalen, is dat lastiger. Anderen willen misschien wel iets doen, maar weten niet wat: alles voelt als te groot, te heftig, te overweldigend.

Niet de overheid maar mensen zorgen voor verbinding

Na de gesprekken aan de dialoogtafels komt iedereen terug in de lichtgevende zaal en delen ze hun uitkomsten met elkaar. Iedereen heeft op een blad quotes over de dag opgeschreven. Amghar gaat langs de tafels en leest een paar voor. ‘We hebben elkáár nodig’; ‘Het begint bij elkaar zien als mens’ en ‘Blijven wijzen naar de ander werkt niet!’

“We vinden elkaar altijd in muziek en eten”, zegt een deelnemer. “It takes a village to raise a child [er is een dorp nodig om een kind op te voeden, red.]”, antwoordt een andere deelnemer, die, zo zegt hij zelf, opgegroeid is in een arm gezin in Hilversum. “Wij moesten samenleven om te overleven”, zegt hij. “Veel mensen in onze omgeving wantrouwden de overheid. We hadden elkaar nodig.” De deelnemer valt even stil en zegt dan: “En de overheid kan niet zorgen voor verbinding. De mens zorgt voor verbinding.”

Een deelnemer uit een ander groepje draait zich om en reageert dat hij, hoewel hij uit een rijkere buurt komt, hetzelfde ervaart. “We moeten elkaar weer zien”, zegt hij. Er komen meerdere voorbeelden uit de zaal: iemand vertelt dat zijn buren hem nooit groeten en dat hij dat lastig vindt, een ander zegt dat actief zijn bij lokale organisaties helpt tegen het gevoel van wereldwijde machteloosheid. Weer een ander vertelt dat in landen als Engeland en Zweden er op school vakken worden gegeven over liefde en samenleven. Waarom heeft Nederland dat niet?

Stop met polariseren en ga investeren in lokale initiatieven

Ook wordt er meerdere malen kritiek geuit op de politiek. “Leuk dat ze een dialoog organiseren, maar als ze ondertussen elkaar op televisie de tent uitvechten, geven politici in de Tweede Kamer dan het goede voorbeeld”,  vraagt iemand zich af. “Dan polariseren zij alleen maar.” Daarop volgt een luid applaus. Op de vraag wat de overheid kan betekenen zeggen meerdere mensen dat er geïnvesteerd moet worden in lokale organisaties.

“Er zijn in elke gemeente sleutelfiguren”, zegt de deelnemer die het eerder had over samenleven om te overleven, later in een gesprek bij de koffie. “Zorg dat je die vindt en daarin investeert.”  Hij denkt even na en legt dan de vinger op de zere plek: “We worden nog teveel gezien als project. Ik voer graag maatschappelijke gesprekken zoals hier, maar in de praktijk als jongerenwerker doe ik dat altijd al, elke dag. Deze dialoog is ook een beetje kunstmatig. Zeker als je bedenkt dat er lokaal steeds meer buurthuizen sluiten en het heel moeilijk is om subsidie te krijgen voor lokale initiatieven.”

Demonstreren is een uitnodiging tot luisteren om gehoord te worden

Een andere deelnemer zegt bijna hetzelfde: “Hier wordt er eindelijk geluisterd. Ik ga vaak naar inspraakavonden bij de gemeente. Daar horen ze me aan, maar horen ze me niet. Ze nemen me niet serieus. Hier voel ik dat iedereen mijn ervaringen, mijn verhalen wel wil horen.” Ze is tegen de komst van de noodopvang en demonstreert daar ook tegen. Ze zegt dat ze op die inspraakavond misschien ook te veel vanuit haar onderbuik sprak. Aan de dialoogtafel over de noodopvang doet ze dat niet. Ze zegt dat veel mensen in haar omgeving het gevoel van onmacht hebben, dat er asielzoekers zijn die meer geholpen worden dan inwoners die al lang op zoek zijn naar een huis bijvoorbeeld. Niet iedereen aan haar dialoogtafel is het met haar eens, maar ze ervaart deze middag ook genoeg gedeelde grond.

Aan de andere dialoogtafel die het over noodopvang had, zitten meerdere mensen die voor de opvang zijn. Sommigen van hen demonstreren daar ook voor. Ze gaan niet naar inspraakavonden. Een vrouw die zich zorgen maakt over haar Palestijnse buren neemt het woord. Ze is boos, bang en verdrietig, zegt ze. De deelnemer die tegen de noodopvang demonstreerde luisterde aandachtig, zegt ze later. “Ik ben hier om te luisteren, niet om te overtuigen.” Ze vertelt verder dat toen zij demonstreerde veel mensen naar haar schreeuwde dat ze een Nazi was. “Dat vond ik moeilijk.”

We moeten elkaar weer zien als mensen

Gelukkig is er vandaag wel ruimte om naar elkaar te luisteren. En dat is ook precies waar de laatste dialoogtafel het over gehad heeft: hoe ga je om met verschillen? We moeten elkaar zien, zegt een deelnemer. Een ander merkt op dat het zo makkelijk is om met elkaar te praten wanneer we het label van de ander niet zien. “Hier zijn we gewoon onder elkaar en zijn we niet van Extinction Rebellion of Farmers Defence Force. Dat werkt.”